6. dec, 2014

Op weg naar het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden

25 jaar geleden maakte ik mijn eerste vlucht van Amsterdam naar Parijs. Wat een andere wereld was dat! Je kreeg nog een papieren ticket, de incheckprocedure werd nog volledig begeleid door grondpersoneel en je mocht nog roken in het vliegtuig. De 1e vlucht leverde ook meteen de allereerste vertraging op. Na lang te hebben gewacht op het vliegveld Charles de Gaulle, kwam aan het einde van de middag de mededeling dat we tijdelijk naar een hotel vervoerd zouden worden. Hier werd de mogelijkheid geboden om je op te frissen, op een eigen kamer en de avondmaaltijd te gebruiken. Dat was fijn en het leverde ook nog leuke tafelgenoten op. We kwamen namelijk in gesprek met een Leids echtpaar, dat vroeger in de Witte Rozenstraat gewoond had. In deze straat zat ik op kamers, in een mooi particulier studentenhuis met 7 kamers. Bijna elk huis in deze straat is uniek. Samenzweerderig meldden ze, ook met enige trots, dat rond 1940 Maarten Toonder (de bedenker van strips als Tom Poes en Olivier Bommel) hier eveneens had gewoond. Het huis bestaat al lang niet meer, want in dit deel van de straat zijn de huizen vervangen door een seniorentehuis. We namen hartelijk afscheid, want er bleek geen vervangend vliegtuig te zijn, dus mochten we overnachten. De volgende dag begon al weer vroeg en dankzij de wekservice, kon er snel gedouched en ontbeten worden. De reis kon vervolgd worden en weer werd er een mijlpaal bereikt, omdat ik mijn eerste trans-Atlantische vlucht kon maken richting St. Maarten. De vlucht werd verzorgd door Air France. De piloten moesten een behoorlijke ervaring hebben opgedaan, want om te kunnen landen, moest er eerst laag over een heuvel gevlogen worden, waarna het vliegtuig over het eiland scheerde en op de relatief korte baan tot stilstand moest zien te komen. Pfft, we hebben het overleefd en dankzij 1 van mijn teamgenoten, mochten we in het Divi-Divi hotel tot rust komen. Een snelle duik in de oceaan, zitten op een prachtige strand, een paar glazen sangria en stukken Pan pizza verder en we verlangden naar ons bed.  De volgende dag werd met een Twin Otter, een klein passagiersvliegtuig voor maximaal 19 personen, de laatste etappe ingezet, naar Saba. In het vliegtuig zat naast mij een forse Creoolse dame, die duidelijk niet op haar gemak was. De vlucht zou maar 12 minuten duren.  Het uitzicht was overweldigend, want het vliegtuig kon op een relatief lage hoogte blijven vliegen.  In de blauwe oceaan, doemde al gauw een groen puntje op, de top van de vulkaan. Het vliegtuig draaide enigszins bij om in de juiste positie te komen voor een landing. Saba, vormt niet alleen het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden met 887 meter maar is ook het kleinste eiland met 13 vierkante km. Het bezit daarom maar 1 landingsbaan, een ultrakorte van 400 meter lengte. De baan wordt aan 3 zijden begrensd door steile afgronden naar zee en aan de 4e zijde door bergtoppen. Gezeten in een ideale positie, met zicht in de cockpit, kroop je bijna in de huid van de piloot, die ogenschijnlijk met speels gemak, de koers aanpaste en recht op de baan aanvloog. Terwijl hij gas terugnam, steeg de spanning bij mijn buurvrouw. Ze begon in mijn arm te knijpen, terwijl ze zacht voor zich uit een gebed prevelde. Midden op de landingsbaan was welhaast uitdagend, een groot kruis geschilderd. De piloot van Winair zette de landing in en raakte al gauw de aarde, het vliegtuig kwam keurig bij de markering met het kruis tot stilstand. Het vliegtuig taxiede rustig nog een klein eindje naar het ontvangstgebouw van het Juancho E. Yrasquin airport. De stage van 2 maanden op een Bounty eiland, waar houten huizen in een Zwitsers berglandschap onder een tropenzon je begroetten, was begonnen. Dat was best een vlucht waard, die volgens insiders beschouwd wordt als 1 van de gevaarlijkste ter wereld.