25. dec, 2014

De strijd voor behoud van cultureel erfgoed bij gewapende conflicten

Afgelopen maand bezocht ik de fototentoonstelling Culture under attack, in de museumtuin van het Museum Volkenkunde te Leiden. De afgelopen jaren zijn er heel veel sites en plekken beschadigd geraakt door oorlogsgeweld. In een aantal krachtige foto’s wordt uitleg gegeven over recente conflicten en de gevolgen daarvan voor cultureel erfgoed. Veel mensen zetten zich in, met gevaar voor eigen leven om deze culturele schatten te redden of weer op te bouwen.  Dit is geen sinecure in een gewone oorlog, maar aangezien de aard van veel conflicten de laatste jaren flink is veranderd, is het nog complexere aangelegenheid geworden. 

Waren er vroeger oorlogen en conflicten tussen verschillende landen, tegenwoordig zijn er veel conflicten tussen ongelijke partijen, bijvoorbeeld een regeringsleger met een rebellenleger en/of etnische minderheid. Veel cultureel erfgoed wordt dus bewust vernietigd. De gedachte hierachter is dat er een belangrijk verband bestaat tussen identiteit en cultureel erfgoed. De vernietiging van en/of plundering van een belangrijk monument, museum of site is dan ook indirect een stukje vernietiging van de identiteit van de tegenstander.  Er zijn de nodige verdragen gesloten om cultureel erfgoed te beschermen maar die hebben vooral betrekking op natiestaten en deze zaken zijn vastgelegd in het oorlogsrecht. De nieuwe situatie eist dus eigenlijk een aanpassing van deze verdragen, zodat er een nieuw juridisch kader ontstaat. UVA archeoloog Joris Kila heeft hier onderzoek naar gedaan en probeert aanbevelingen te doen voor militaire planners.

Zo is er in het conflict in Libië een zogenaamde no-strike lijst gemaakt, waarop doelen werden aangegeven die ontzien en zelfs beschermd dienen te worden. Ook probeert men militairen bewust te maken van het belang om te rapporteren over beschadigde en/of geplunderde vindplaatsen, musea, archieven of monumenten. Er zijn natuurlijk vele redenen om te plunderen, bijvoorbeeld vanwege woede of gewoon vanwege honger. Vaak kunnen mensen door de oorlogssituatie niet meer in hun bestaan voorzien. De aan en afvoer van producten stokt. Ze proberen door de verkoop van waardevolle spullen, het hoofd boven water te houden. Soms is plundering echter een doelbewuste strategie omdat kostbare archeologische of kunstvoorwerpen via smokkelaars naar de antiekmarkt  worden doorgezet en kan men met de opbrengst wapens kopen. Militaire planners kunnen hierdoor invloed uitoefenen op de financiering van bepaalde groepen. De Taliban en een Iraakse militieleider Muqtada al-Sadr financierden op deze wijze hun strijd tegen de Amerikanen.

Het beschermen van cultureel erfgoed is geen nieuw idee.  Nicolaas Roerich was een Russische archeoloog, filosoof, kunstschilder, reiziger en schrijver die zich heeft ingezet voor een internationale beweging voor de bescherming van cultuur.  De regels en afspraken ter bescherming van culturele zaken  en historische vindplaatsen tijdens gewapende conflicten werden vastgelegd in het zogenaamde Rjorich verdrag. Dit verdrag moest in de breedste zin, religieuze, wetenschappelijke en culturele instellingen en voorwerpen van internationale waarde, dus voor de hele mensheid beschermen.  Men noemde deze bescherming ook wel “de Rode kruis voor cultuur en kunst”.  Het symbool van deze beweging was de pax cultura, een rode ring met 3 massieve rode bollen op een witte achtergrond, die stonden voor de mensheid, religie en cultuur.  Dit symbool kon bijvoorbeeld op een vlag worden gemaakt en geplaatst op belangrijke monumenten en gebouwen, zoals ook het Rode kruis symbool gebruikt wordt.

Het inter-Amerikaanse verdrag werd in 1935 ondertekend en vormde een inspiratie m.b.t. de Haagse conventie van 1954 voor de bescherming van cultuurgoederen bij gewapende conflicten. Mocht u een keer in New York city zijn en van het gebaande reispad af willen wijken, bezoek dan het Nicolaas Roerich museum, waar aandacht wordt geschonken aan dit feit, maar ook aan de mens Roerich. Er hangen een aantal schilderen van deze veelzijdige man, die als kunstenaar zeker 7000 schilderijen produceerde en in 1947 in de Himalaya overleed. Zie ook de link: http://www.roerich.org/    

De tentoonstelling in de museumtuin is vrij toegankelijk en nog tot 22 maart 2015 te zien.